donderdag 8 januari 2009
Bij geboorte vader verplicht registreren
Bij echtscheidingen staat de vader in Nederland heel erg zwak. Mariele Mijnlieff en Irene Zwaan zijn adviseur bij emancipatie-adviesbureau Enova. Zij hebben een plan om die situatie te verbeteren. Veel gescheiden vaders verkeren in een marginale positie als opvoeder en voelen zich machteloos, zo blijkt uit onderzoek door Enova emancipatie-adviesbureau Drenthe en de Rijksuniversiteit Groningen. Vaders die graag hun verantwoordelijkheid willen nemen, zijn kansloos. De echtscheidingspraktijk in Nederland is een moederspraktijk, alle wetgeving gericht op gelijkwaardig ouderschap ten spijt.
Na een scheiding woont ongeveer 10 procent van de kinderen bij de vader. Een groeiende groep van ongeveer 15 procent leeft onder co-ouderschap. De rest van de kinderen gaat bij de moeder wonen of in een pleeggezin. Voor het onderzoek werden gescheiden vaders uit het Noorden van het land uitgenodigd. Het blijkt dat veel vaders ontevreden zijn met de uitkomsten van de scheiding. Veel vaders denken dat hun ouderschap na scheiding onomstreden is en komen van een koude kermis thuis als de partner relatie stuk loopt. Regelmatig valt de bereidheid van de moeder tegen, om in te stemmen met gelijkwaardig ouderschap voor de kinderen. Bij het streven naar een goed ouderschapsplan starten vaders met schaduwen van rechtspraktijken uit het verleden. Vaders zonder huwelijkspapieren kampen bovendien met ongelijke behandeling vanwege een burgerlijk wetboek dat op een gatenkaas lijkt. Kortom voor gehuwden schijnt het zonnetje nog niet helder in de juridische mist en voor ongehuwden is bovendien de wetgeving discriminatoir.
Een korte schets van de gemiddelde vader die meedeed aan het onderzoek: Hij voelt zich machteloos, afhankelijk van de moeder in zijn rol als opvoeder. Overleg en afspraken gaan met soepel. Hij vindt dat hij te weinig tijd met zijn kinderen doorbrengt, waardoor hij ongewild in de positie van pret-vader belandt. Hij mijdt ruzies en discussies met zijn ex, uit angst het broze proces waaraan de omgangsregeling vaak onderhevig is, te verstoren. Nog maar kort geleden kraaide geen haan als moeder de afgesproken regeling met nakomt.
Vanaf 1998 krijgen de meeste ouders na scheiding van rechtswege gelijk gezag. Voor Nederland geldt dat niet-getrouwde moeders alsmede moeders met een partner contract, na de verwekking nogmaals toestemming moeten geven voor de erkenning van het vaderschap. Daarmee vestigt een niet-getrouwde vader nog niet zijn vaderlijk gezag. Wel wordt hij daarmee onderhoudsplichtig. Recent is de wet Voortgezet ouderschap na een scheiding aangenomen. Hiermee worden scheidende ouders verplicht een ouderschapsplan op te stellen. Bovendien houdt de wet een belofte in van gelijkwaardig ouderschap voor alle gescheiden ouders.
Ruim de helft van de kinderen in Nederland wordt in een relatie geboren die niet juridisch is vastgelegd. We moeten voorkomen dat de ene ouder voor de andere beslist dat hij geen goede ouder is, vindt ook CDA-Kamerlid Marleen de Pater. Zij pleit daarom voor verplichte registratie van deze vaders. Zo krijgen beide ouders het ouderlijk gezag, net als in een formele relatie.
De negatieve gevolgen van scheiding voor kinderen zijn beperkt als ouders normaal communiceren en tot afspraken kunnen komen. De huidige praktijk stimuleert dit echter met. Moeders zijn te vaak in de verleiding misbruik van hun sterke positie te maken. De familie rechtspraktijk sticht geen vrede, maar wakkert ongelijkwaardigheid en conflict aan.
Er wordt vaak ingezet op bemiddeling (mediation). Dit werkt echter alleen als beide ouders bereid zijn hun vooruitzichten bij te stellen. 90 procent van de ouders blijkt met sociale, financiële en/of juridische druk tot overeenstemming en afspraken te kunnen komen. Veel gescheiden ouders belanden zo toch weer bij de rechter voor gezag en omgang. Daar worden de kinderen doorgaans aan de moeder toegedacht en geprezen en krijgt de vader een beperkte omgangsregeling. Procederen is voor vaders vaak té kostbaar en toch worden hiermee soms successen geboekt.
In Nederland galmt de mantra in het belang van het kind in huiskamers, op advocatenkantoren, bij hulpverleningsinstellingen, in rechtszalen. Opvallend is echter dat het perspectief van het kind zelf en van de vader geheel buiten beschouwing blijft. Het is een heilig huisje dat moeders het beste alleen voor hun kinderen kunnen zorgen na een scheiding, vooral als er geharrewar is tussen de ouders. Maar is het echt in het belang van het kind als moeder de enige gezaghebbende opvoeder is? Is het in het belang van het kind als de vader wordt gemarginaliseerd, en in dat ene weekend per twee weken op zijn tenen moet kruipen om met wat roddel, bemoeizucht en voorwaarden het kleine beetje vaderschap te verliezen dat hij nog heeft?
De nieuwe wet Voortgezet ouderschap na een scheiding is een nobele poging de scheidingspraktijk in Nederland te verbeteren. Het is echter de vraag of hiermee daadwerkelijk veranderingen worden bereikt in de praktijk. Er zullen maatregelen moeten komen om de handhaving van afspraken effectief te beschermen. Het voorstel van Marleen de Pater om het vaderschap al bij de geboorte vast te leggen, zou overgenomen moeten worden. Dan is ook voor kinderen die buiten een juridisch vastgelegde relatie geboren worden het recht op hun vader geborgd.
Nederland zou een voorbeeld kunnen nemen aan België, waar zij die er samen niet uitkomen per definitie de helft van de zorg voor hun rekening moeten nemen. Zo hebben ook moeders iets te verliezen en wordt de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw ook in de praktijk bereikt.
Dit artikel wordt vervolgd…
Labels: Regelgeven